Cichorium intybus - WILDE CICHOREI
[groenlof, suikerbrood, bittere pee, molsla – common chicory (EN)]
De wilde cichorei is de voorouder van onder andere het witlof, het roodlof en het groenlof. Deze cultivars zijn geselecteerd op kleur, smaak en opbrengst van het blad. Net als deze groenten maakt de wilde cichorei ook een penwortel. Deze penwortel werd in tijden van oorlog geoogst om te roosteren. Van deze geroosterde wortel werd dan soort koffie gemaakt of werd toegevoegd aan koffie als smaakmaker.
Crambe maritima - ZEEKOOL
[sea kale (EN)]
Een aan de Britse kusten zeer algemene plant. In Engeland al eeuwen populair, hoewel tegenwoordig de groente ook daar als vergeten beschouwd wordt. Zeekool was er vooral rond 1800 zeer geliefd, de groente werd toen opgenomen in de koninklijke keuken.
Cynara cardunculus var. 'Gigante d'Ingegnoli' - KARDOEN
[cardoon (EN)]
Kardoen is het minder gekende broertje van de artisjok. In tegenstelling tot de artisjok werd kardoen niet geselecteerd op de smaak en grote van de bloemen, maar op de smaak van de bladstelen. Net als artisjok is kardoen een groente die voornamelijk in Zuid-Frankrijk en Italië geteeld wordt en wordt daar als delicatesse reeds lange tijd gegeten.
Cynara cardunculus var. 'Romanesco' - ARTISJOK
[artichoke (EN)]
Een oorspronkelijk Italiaanse en Zuid-Franse groente, die in de 16de eeuw enorm populair was bij de mannen. In feite was het voor vrouwen zelfs verboden om artisjok te eten. Men dacht dat artisjok een afrodisiacum was, sterker nog, men dacht dat het eten van artisjok de seksuele macht versterkte.
Foeniculum vulgare - VENKEL
[zachte dille; roomse venkel – fennel (EN)]
De venkel werd al in de oudheid erg gewaardeerd als groente. Onder meer de Romeinen aten venkelscheuten bij de vis. Romeinse gladiatoren gebruikten venkel als versterkend middel en de succesvolle gladiatoren werden gekroond met venkelloof, vandaar het gezegde ‘je verdient alle lof’.
Myrrhis odorata - ROOMSE KERVEL
[sweet cicely (EN)]
Roomse kervel is van oorsprong een plant uit de Europese bergstreken, maar heeft zich van daaruit over een groot deel van Europa verspreid. Van nature komt ze vooral voor in voedselrijke weilanden, bosranden en oeverbossen. Waarschijnlijk werd de plant al door de Romeinen gekweekt en als groente gebruikt, wellicht werd roomse kervel op die manier doorheen gans Europa verspreid.