Amphicarpa bracteata - BOSPINDA
[wilde pinda – hog peanut (EN)]
In Noord-Amerika werd de bospinda door verschillende prairie-indianenstammen gegeten. De Pawnee-indianen waren veruit de meest creatieve verzamelaars van bospinda’s. In plaats van zelf naar de kleine noten te zoeken, zochten ze de nesten van prairiewoelmuizen op. De muizen verzamelden de noten als wintervoorraad.
Apios americana - INDIANENAARDAPPEL
[Amerikaanse grondnoot - groundnut (EN)]
Een in Noord-Amerika vergeten groente die, zoals de naam doet vermoeden, zeer populair was bij verschillende Indianenstammen. Voor hen was het gedurende vele eeuwen een belangrijk basisingrediënt.
Dioscorea opposita - CHINESE YAM
[broodwortel - Chinese yam (EN)]
Volgens oude Chinese literatuur werd de Chinese yam voor het eerst geteeld rond 3000 v.Chr. Inmiddels is de teelt van yam in vele werelddelen net zo belangrijk als de aardappelteelt in Europa.
Lathyrus tuberosus - AARDAKER
[aardnoot; akkernoot; grondboon; aardmuis - earthnut pea (EN)]
Voordat de aardappel in Europa bekend raakte, werden de knollen van de aardaker nog regelmatig gegeten. In de volksmond was deze plant toen ook gekend als aardnoot. In Nederland werd de soort vroeger zelfs commercieel verbouwd. De aardaker is een inheemse plant die in het wild nog zeldzaam voorkomt in akkerranden en wegbermen.
Tropaeolum tuberosum - KNOLCAPUCIEN
[mashua]
De knolcapucien is een zeer voedzaam knolgewas dat al eeuwen wordt verbouwd en gegeten door de inheemse bevolkingsgroepen van Zuid-Amerika.