Wij gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat u de beste ervaring op onze website krijgt. Door onze website te blijven gebruiken, gaat u akkoord met ons gebruik van cookies en het privacybeleid.

Amphicarpa bracteata - BOSPINDA

[wilde pinda – hog peanut (EN)]

In Noord-Amerika werd de bospinda door verschillende prairie-indianenstammen gegeten. De Pawnee-indianen waren veruit de meest creatieve verzamelaars van bospinda’s. In plaats van zelf naar de kleine noten te zoeken, zochten ze de nesten van prairiewoelmuizen op. De muizen verzamelden de noten als wintervoorraad.

Lees Meer: Amphicarpa bracteata - BOSPINDA

Helianthus tuberosus - AARDPEER

[topinamboer; knolzonnebloem; Jeruzalem artisjok – Jeruzalem artichoke (EN)]

Van oorsprong groeit de aardpeer in Noord-Amerika. Hij is voor het eerst beschreven door de Franse ontdekkingsreiziger Samuel de Champlain in 1605, die hem aantrof bij de Huron-indianen. Sindsdien is de knol vooral in Frankrijk zeer populair.

Lees Meer: Helianthus tuberosus - AARDPEER

Lathyrus tuberosus - AARDAKER

[aardnoot; akkernoot; grondboon; aardmuis - earthnut pea (EN)]

Voordat de aardappel in Europa bekend raakte, werden de knollen van de aardaker nog regelmatig gegeten. In de volksmond was deze plant toen ook gekend als aardnoot. In Nederland werd de soort vroeger zelfs commercieel verbouwd. De aardaker is een inheemse plant die in het wild nog zeldzaam voorkomt in akkerranden en wegbermen.

Lees Meer: Lathyrus tuberosus - AARDAKER