Aegopodium podagraria - ZEVENBLAD
[ground elder (EN)]
Zevenblad is een inheemse, winterharde kruidachtige plant die van nature voorkomt op vochtige en vooral voedselrijke gronden. De planten gedijen goed in de schaduw en kunnen via ondergrondse uitlopers flink woekeren. Desondanks zijn de bladeren van het zevenblad eetbaar, lekker en vroeg oogstbaar. Misschien dus wel een van de best producerende vroege voorjaarsgroenten...
Angelica archangelica - ENGELWORTEL
[hemelwortel; watervlier; gelikawortel - angelica (EN)]
Als medicinale plant wordt engelwortel geprezen in de folklore van vele Europese landen als middel tegen allerlei kwalen. Volgens oude legendes gaf aartsengel Rafaël dit kruid als een versterkend middel met bovennatuurlijke eigenschappen aan de lijdende mensen.
Asparagus officinalis - ASPERGE
[garden asparagus (EN)]
De eerste tekenen van aspergeconsumptie zijn gevonden in de piramide van Sakkara in Egypte, gebouwd rond 2750 v.Chr. ook de Romeinen wisten de groente twee eeuwen voor Chr. al te waarderen.
Aster tripolium - ZEEASTER
[zulte; lamsoor – sea aster (EN)]
Zeeaster is een inheemse zoutminnende plant die van nature voorkomt in de zoutsteppen en kustgebieden van de gematigde delen van Europa en Azië. In Nederland werd zulte vroeger in het wild verzameld door arme mensen.
Beta vulgaris subsp. maritima - ZEEBIET
[strandbiet – sea beet (EN)]
Zeebiet is de voorouder van onze gekende, gecultiveerde bietensoorten. Deze bietensoort is dus al zeer lang in cultuur gebracht. Uit oude geschriften blijkt dat zeebiet al rond 800 v.Chr. uitgeplant werd in de tuinen van Babylon.
Brassica oleracea var. 'Ramosa' - EEUWIG MOES
[oude wijvenkool; splijtkool; duizendkop – thousand headed kale (EN)]
Eeuwig moes werd al door de antieke Romeinen gegeten. Het behoort tot de oudste koolsoorten op aarde. De vele namen die eeuwig moes heeft zijn een indicatie dat de plant al lang tot de Nederlands-Belgische cultuur behoort.
Chenopodium bonus-henricus - BRAVE HENDRIK
[good-king-henry; poor-man’s asparagus (EN)]
Een echte vergeten groente, die destijds aan iedere boerderij groeide. Om de oorsprong van de naam ‘brave hendrik’ te achterhalen, moeten we op zoek gaan naar mythische verhalen over kobolden in de oud-Duitse cultuur.
Cichorium intybus - WILDE CICHOREI
[groenlof, suikerbrood, bittere pee, molsla – common chicory (EN)]
De wilde cichorei is de voorouder van onder andere het witlof, het roodlof en het groenlof. Deze cultivars zijn geselecteerd op kleur, smaak en opbrengst van het blad. Net als deze groenten maakt de wilde cichorei ook een penwortel. Deze penwortel werd in tijden van oorlog geoogst om te roosteren. Van deze geroosterde wortel werd dan soort koffie gemaakt of werd toegevoegd aan koffie als smaakmaker.
Cochlearia officinalis - LEPELBLAD
[scurvy grass (EN)]
Hoewel nu een vrijwel vergeten keukenkruid, werd lepelblad in vroegere tijden gewaardeerd om zijn smaak en hoog vitamine C-gehalte. Voor zeelui was dit een buitengewoon belangrijk kruid, zij namen het mee op hun reizen als middel tegen scheurbuik.
Crambe maritima - ZEEKOOL
[sea kale (EN)]
Een aan de Britse kusten zeer algemene plant. In Engeland al eeuwen populair, hoewel tegenwoordig de groente ook daar als vergeten beschouwd wordt. Zeekool was er vooral rond 1800 zeer geliefd, de groente werd toen opgenomen in de koninklijke keuken.
Crithmum maritimum - ZEEVENKEL
[zeekervel – rock samphire (EN)]
Een rond de 17de eeuw zeer gekende groente. In Londen werd het als delicatesse bij vlees geserveerd aan de adel. Deze dure smaakmaker was ooit zo populair dat mensen hun leven riskeerden om het te verzamelen. Kinderen moesten, met een touw vastgebonden aan hun enkels, bengelend over een Doverse klif, naar zeevenkel zoeken.
Foeniculum vulgare - VENKEL
[zachte dille; roomse venkel – fennel (EN)]
De venkel werd al in de oudheid erg gewaardeerd als groente. Onder meer de Romeinen aten venkelscheuten bij de vis. Romeinse gladiatoren gebruikten venkel als versterkend middel en de succesvolle gladiatoren werden gekroond met venkelloof, vandaar het gezegde ‘je verdient alle lof’.
Levisticum officinale - LAVAS
[Franse selder; maggikruid; bastaardselder – lovage (EN)]
Lavas komt oorspronkelijk uit Zuid-Europa en is momenteel verspreid over gans Europa. Tijdens het Romeinse keizerrijk stond lavas hoog aangeschreven in de Romeinse keuken. Door de Romeinse kolonisatie in onze streken en via de middeleeuwse kloostertuinen kreeg dit plantje een plaats in onze hedendaagse kruidentuinen.
Mertensia maritima - OESTERBLAD
[oysterleaf (EN)]
Dit familielid van het komkommerkruid is in de zoektocht naar eetbare planten boven komen drijven, hoewel de Schotten, de IJslanders en de Groenlanders deze plant al eeuwen langs de kusten vinden en eten.
Meum athamanticum - BERGVENKEL
[beerwortel – baldmoney, spingel (EN)]
De bergvenkel komt van nature voor in bergachtige streken van Centraal-Europa, met name in het zwarte woud en in de Eifel. Het is een kenmerkende soort van vochtige hoogveengraslanden waar ze met hun witte bloemschermen het uitzicht van de bergweides bepalen. Vermits bergvenkel voornamelijk in Duitsland groeit, is het gebruik van deze venkel vooral in de Duitse keuken gekend.
Myrrhis odorata - ROOMSE KERVEL
[sweet cicely (EN)]
Roomse kervel is van oorsprong een plant uit de Europese bergstreken, maar heeft zich van daaruit over een groot deel van Europa verspreid. Van nature komt ze vooral voor in voedselrijke weilanden, bosranden en oeverbossen. Waarschijnlijk werd de plant al door de Romeinen gekweekt en als groente gebruikt, wellicht werd roomse kervel op die manier doorheen gans Europa verspreid.
Ornithogalum pyrenaicum - BOSVOGELMELK
[aspergette; korenaar; bosasperge – Prussian asparagus (EN)]
Aspergette, of Asperge des bois in het Frans, is een inheemse plant die behoort tot het geslacht van de vogelmelk. Ze zijn dus slechts ver familie van de asperges. De naam aspergette is eerder afkomstig van het gelijkaardige gebruik en het uitzicht van de bloemaren.
Oxalis sp. - KLAVERZURING
[sorrels (EN)]
Klaverzuring is veruit het grootste geslacht binnen zijn familie. Er behoren wel 900 soorten toe, de grootste soortendiversiteit is voornamelijk terug te vinden in de tropische gebieden van Zuid-Amerika, maar ook in Europa komen enkele soorten voor.
Plantago coronopus - HERTSHOORNWEEGBREE
[landkraal; minutina – buckshorn plantain (EN)]
Dit culinair en medicinaal wonderplantje is reeds honderden jaren in gebruik maar moet nu gecategoriseerd worden onder ‘vergeten’ groenten. De jonge bladeren werden vroeger veelvuldig verzameld voor consumptie.
Rumex sp. -ZURING
[zurkel – docks (EN)]
Ten tijde van de Egyptenaren, de Grieken en de Romeinen werd zuring reeds uit het wild verzameld als gezonde smaakmaker in allerlei gerechten. Nog tot begin 20ste eeuw werd zuring uit het wild verzameld en in moestuinen geteeld.
Smyrnium olusatrum - ZWARTMOESKERVEL
[Alexanders (EN)]
Een door de eeuwen heen zeer populaire groente die je momenteel echt als vergeten mag beschouwen. Al in de klassieke oudheid werd zwartmoeskervel geteeld als groente.
Typha latifolia - GROTE LISDODDE
[rietsigaar – bulrush (EN)]
De grote lisdodde is een inheemse plant die vaak voorkomt in natte gebieden zoals moerassen en beekoevers. De plant heeft het indrukwekkend vermogen om water te zuiveren. Grote lisdodde is bijzonder effectief in het opnemen van overtollige nutriënten uit het water. Belangrijk om te weten is dat de plant ook vervuiling opslaat. Wanneer je lisdodde gaat oogsten om te eten is het dus vanzelfsprekend om dit alleen te doen bij onvervuild water.